Op 2 juli 2012 mocht ik zowaar de openingscolumn schrijven van de CSR bijlage in de Telegraaf.
Hieronder de integrale tekst en een link naar de publicatie:

De puistjes van duurzaamheid

Duurzaamheid schiet door z’n puberteit heen richting volwassenheid. Dat merkt ook een recent artikel in The Economist op. Het stuk beschrijft dat CSR nu toch echt z’n puistjes aan het verliezen is om daadwerkelijke baardgroei te gaan laten zien. Intussen zijn we volgens Ynzo van Zanten nog steeds op zoek naar de eigenlijke betekenis van duurzaamheid.

“Op vele groene conferenties kan je in menig hoekje de discussies volgen over dit heikele onderwerp: ‘Nee, het is geen milieucrisis, het is een transitiefase’ (zucht). Waar bedrijven een klein decennium geleden nog op zoek waren naar de ‘wat’, gaan ze steeds meer aan de slag met de ‘hoe’, en liefst zelfs met de ‘waarom’. Het is niet meer de vrouw van de CEO die na een leuke filantropische fundraiser toch echt vindt dat ‘we daar ook iets mee moeten doen’. Het is gelukkig steeds meer de CEO zelf die inziet dat duurzaam ondernemen ‘just good business’ is. De tijden van MVO-adviseurs die met het vingertje deze zelfde CEO richting de Prius wezen, zijn langzaam aan het overgaan naar het tijdperk van het Echte Groen Zaken Doen. Want of de goede man nou wel of niet overgehaald wordt om naast z’n weekendwagen nog een extra elektrische auto aan te schaffen, is niet meer het punt. Dat deze ondernemer inziet dat er markten aan het ontstaan zijn die er eerst niet waren, is stukken relevanter. Of dat hij inziet dat er slechts één groep consumenten de laatste jaren structureel aan het groeien is, en wel die van de bewuste consumenten. We bewegen van of-of naar en-en, van capital expenditure naar operational expenditure, van investering naar total cost of ownership. En zo langzamerhand zelfs van bezit naar nut.

Maar er is een gebied waar ik zelf bij betrokken ben waar het me nog veel en veel te langzaam gaat. En dat is wellicht wel het belangrijkst gebied als het over duurzaamheid gaat, namelijk het onderwijs. En om even in jargon te blijven; Pareto had het al over de 80-20 regel. Mijn verbasterde stelling was jarenlang dat we ons beter op ‘20’-jarigen konden richten, want die hadden nog ‘80’ jaar ondernemerschap voor zich. En daarmee een boel kans om wat ten goede te veranderen aan deze wereld. En kijkend naar deze nieuwe generatie ondernemers, ben ik hoopvol gestemd. Zij zijn al enorm bezig met het thema, op een integrale en fundamentele manier in hun leven. Daar zouden wij als volwassen ondernemers van moeten leren. Echter: diezelfde brede manier van denken over duurzaamheid moeten we eerst nog door het totale onderwijs zien te trekken. In mijn achterhoofd heb ik alsmaar die marketingdocent van vroeger, met dat leren vestje en versleten wandelschoenen. Hij vertelde me ooit moedeloos dat ‘die huidige generatie niet te motiveren valt’. Zelf had hij al drie decennia geen enkel product meer op de markt gebracht. Daarom zie het ik als een uitdrukkelijke maatschappelijke plicht om vanuit het bedrijfsleven actief te participeren in het onderwijs. Want veel van de huidige docenten weten nou eenmaal niet beter dan dat duurzaamheid iets met bamboe fietsen is, of zo. Wij kunnen zelf actief actuele ontwikkelingen uit ons dynamische vakgebied inbrengen in het onderwijs. De volgende keer dat je vrouw dus begint dat je ‘iets moet doen met die leuke clowns’, neem dan even contact op met een hogeschool of universiteit (of met mij). Kom een uur je (duurzame) volwassen ondernemersverhaal vertellen voor een groep studenten. Geloof me, daar plukken we later allemaal de vruchten van.”

Leave a Reply

After you have typed in some text, hit ENTER to start searching...